STEVIGHEID,...GROOTS,...en SCHOONHEID zijn erevermeldingen die we deze vis op de borst kunnen spelden.
"Het symbool van onze vereniging", zo kan je hem ook wel noemen. Iedere aquariumvereniging kiest haar eigen naam, en dat deed destijds ook onze club.
Fier en trots werd onze club tot "Zilverhaai" gedoopt.

Deze vis wordt ook wel eens anders genoemd in aquaristieke middens, nl. haaivin, haaivinbarbeel, grootvinbarbeel, glansbarbeel. In Nederland kent men hem beter onder de naam van zwartvinkarper en in Duitsland wordt hij Haibarbe genoemd. In de streek van herkomst, Zuid-Oost Azië, kennen ze deze vis als "Pla Hang Hai" wat verschroeide staartvin betekent.
Vanuit de wetenschap kreeg hij de moeilijke naam

BALANTIOCHEILUS MELANOPTERUS.

Graag omschrijven we hier even onze embleemvis:
Het is dus een Z.O.-Aziatische scholenvis (Thailand, Borneo, Sumatra, Soendra), uit de familie der karperachtigen of CYPRINIDAE met als geslachtsnaam Balantiocheilus wat "slurflip" betekent. Deze vissen hebben een langwerpige, zijdelings afgeplatte vorm, waarvan de uitstulpbare bek het meest karakteristieke kenmerk is. Ze hebben echter geen baarddraden, iets wat onze inheemse karpersoorten wel hebben.

De melanopterus, dat is zijn soortnaam, heeft hoger beschreven uiterlijk. Daar kan nog worden aan toegevoegd dat hun rug- en aarsvin sikkelvormig zijn en dat de staartvin erg diep gevorkt is. Ze kunnen in het aquarium gemakkelijk de 20cm halen, soms zelfs meer. In hun eigen leefgebied groeien ze wel uit tot 40cm. De flanken geven een zijden zilverglans weer, die men maar zelden bij een vis aantreft. Al hun vinnen pronken dan nog met een brede, zwarte omranding. Ze voelen zich zowel in stromend als in stilstaand water op hun best, als de temperatuur maar tussen 23° en 26°C ligt. Deze vissen zijn zeer sterk en steeds hongerig van aard.

Wat hun voedselkeuze betreft zijn het alleseters. Wil men ze echter zien groeien dan geeft men ze best afwisselend voer. Ze scharrelen graag in open bodemstukken tussen de planten, waarbij ze de planten aan weerszijden afzoeken. Veelal vindt men ze ook in de open zwemruimten onbeweeglijk en enigzins in een schuine stand met de kop naar beneden. Als we kop en vooral de bek nauwkeuriger gaan bekijken, dan zien we dat deze niet zo duidelijk onderstandig, maar meer hoefijzervormig is. De plaatsing van de lippen is zodanig, dat we zowel bij de boven- als de onderlip een huidplooi zien. Daardoor is de vis als het ware in staat met de bek een kort slurfje te vormen. De bovenlip reikt daarbij iets verder dan de onderlip. Het vormen van dit slurfje zien we vooral als de vis haast heeft om voedsel te pakken. Tevens zijn het recordhouders in het springen. We zullen een aquarium voor zilverhaaien goed afdekken want door het kleinste gaatje weten ze te ontglippen, vooral bij een schrikreactie. Uitvangen met een schepnet is bij deze snelle zwemmers geen sinicure. Opjagen door het vangen zal ongetwijfeld stress veroorzaken, verwondingen (van de vis) bij dit ritueel zijn zeker niet ondenkbeeldig. Ga uiterst voorzichtig te werk en probeer wanneer het niet onmiddellijk lukt, pas de volgende dag opnieuw.

Als we jonge exemplaren aanschaffen, zullen we zien dat ze in een groot aquarium al snel een lengte zullen bereiken van 15 à 20cm. Met nadruk herhalen we dat het een scholenvis betreft en waar we, ondanks zijn prijsklasse, bij aankoop rekening mee dienen te houden.
In het aquarium maken we gebruik van niet al te veel planten maar vullen die aan met stenen en kienhout. Ook houden zilverhaaien van schuilplaatsen, omdat ze van een rustig leventje houden en niet graag worden opgeschrikt. In de omgang met andere vissen zijn ze erg vredelievend.
Aan de watersamenstelling worden niet zoveel eisen gesteld. In zacht tot matig hard water met een zuurtegraad tegen neutraal aan (7pH), blijven de vissen lang gezond en levendig.

Over het kweken kunnen we spijtig genoeg weinig zeggen. Vandaar dat de vissen redelijk duur zijn en dit is dan ook de reden waarom deze vis meestal niet in school wordt gehouden.